De gierzwaluw

De gierzwaluw (Apus apus)  is eigenlijk geen echte zwaluw. Het is een verre verwant van de kolibries.Maar net als de echte zwaluwen van bij ons (huiszwaluwen,boerenzwaluwen en oeverzwaluwen) leeft hij uitsluitend van vliegende en zwevende insecten. Het grootste deel van het jaar zwerft hij rond in Afrika, beneden de evenaar. Het is een formidabele vlieger, gebouwd om dag en nacht in het luchtruim te vertoeven. Maar ieder jaar komt hij naar onze streken vanaf eind april tot eind juli om een nestplaats te zoeken en om te broeden. Gierzwaluwen doen werkelijk alles in de lucht : eten, drinken, slapen, nestmateriaal verzamelen en zelfs paren. Enkel gierzwaluwen die een broedplaats hebben gevonden en veroverd, hebben een tijdje vaste “grond” onder hun pootjes. Beide broedvogels slapen gedurende het gehele broedseizoen in de nestruimte, broeden om beurten op de twee of drie eitjes en voeren samen de jongen.

De broedkalender van een gierzwaluw   (volgens Marjos Mourmans)

eind april : Aankomst   Meestal tegen de avond duiken ze plots op. De eersten zijn broedvogels. dat zijn volwassen vogels van drie jaar en ouder. Ze zoeken onmiddellijk “hun” nestplaats op die ze de vorige jaren uitgebreid verkend en bezet hebben. Nu is het wachten op hun partner.

1 mei – 20 mei : Paartijd    Er vliegen nog maar weinig gierzwaluwen rond. De broedvogels rusten langdurig op het nest, ze slapen veel, dicht tegen elkaar aan gelegen, poetsen hun veren, knappen het nest op en brengen nestmateriaal aan. Bij mooi weer maken ze baltsvluchten, schitterend om waar te nemen want de koppeltjes gaan bijna synchroon rondvliegen. Paren doen ze meestal op het nest, soms zelfs in de vlucht  en de eerste eitjes worden rond 20 mei gelegd.

20 mei – 15 juni  Broedtijd (= ongeveer 20 dagen)   Er komen nog steeds meer gierzwaluwen terug uit Afrika, de vogels zonder nestplaats arriveren nu ook. Dat zijn jonge vogels van één, twee of drie jaar , de niet-broeders of soms ook zoekvogels genoemd. Bij slecht weer trekken die een eind terug naar het Zuiden. De broedvogels blijven bij slecht weer op het nest. Als het langere tijd blijft regenen trekken ze ook weg en laten de eitjes in de steek. Zijn de eitjes bij hun terugkomst te ver afgekoeld,dan worden er nieuwe gelegd nadat de oude uit het nest zijn gewerkt. Mannetje en vrouwtje broeden om beurten, ze lossen elkaar af maar zijn zeer onwillig om het nest te verlaten. De partner moet soms de broedende vogel met aandrang van het nest duwen om het broeden over te nemen.

10 juni – 20 juli  Nesttijd   (ongeveer 42 dagen)   De laatste zoekvogels arriveren, de kolonies zijn nu compleet. De jongen komen uit het ei,ouders voeren ze met tussenpozen van 3 kwartier tot een uur. Ze foerageren hoog boven de nestplaats,vaak niet waarneembaar met het blote oog. De zoekvogels trekken overdag naar plaatsen waar op dat tijdstip veel insecten te vinden zijn. (boven bossen als de bosmieren hun bruidsvluchten maken, boven plassen als de muggen opstijgen, boven velden en akkers met veel insecten enz.) ’s Morgens en ’s avonds keren ze terug naar het broedgebied en voeren jaagvluchten uit langs de nestplaatsen,gaan soms even bij de invliegopening hangen en schreeuwen om te controleren of het nest bezet is. Komt er antwoord uit het nest, dan haken ze af en vliegen naar een andere nestplaats. soms komt het ook tot gevechten : mannetjes met mannetjes, vrouwtjes met vrouwtjes. Bij aanhoudend slecht weer kunnen de broedvogels soms hun jongen voor een paar dagen verlaten om bv. tot boven Parijs te gaan zoeken naar beter weer en insecten. De jongen raken dan in een soort lethargische toestand die ze lang kunnen uithouden. Als de ouders tijdig terug zijn gaat alles gewoon verder behalve dan dat de jongen  een tijdje later het nest zullen verlaten. Ongeveer een kwartier na zonsondergang komen de broedvogels de nacht op het nest doorbrengen. De niet-broeders, ongeveer de helft van de aanwezige gierzwaluwenkolonie, verzamelen en gaan steeds hoger vliegen. Ze stijgen naar een hoogte tussen de 2000 en de 3000 meter en brengen daar, zwevend, de nacht door.

20 juli – 5 augustus  Uitvliegtijd  (begin van de trek)   De jongen beginnen nu uit te vliegen. De laatste dagen doen ze voortdurend vleugeloefeningen in het nest en zitten ook vaak aan de invliegopening naar buiten te kijken. Ze mogen niet veel meer dan 45 gram wegen want anders storten ze hulpeloos op de grond als ze zich uit de nestplaats laten vallen.  De giervluchten van de niet-broeders zijn nu ook op hun hevigst, het is alsof ze proberen om de jongen naar buiten te lokken ! Ze verzamelen al in groepen en maken aanstalten voor de lange en gevaarlijke trektocht naar Afrika. Eind juli wordt het steeds stiller. Grotere en kleinere groepjes trekkende gierzwaluwen zijn waar te nemen. Ze schuiven als warrelige groepjes in stilte van noord naar zuid langs de hemel. Broedvogels met late legsels blijven achter en volbrengen hun taak bijna onopgemerkt. Soms vliegen jongen nog uit tot in september.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *