6 Leerstoornissen

Neen, studeren is niet altijd een lolletje! Je krijgt heel wat stof te verwerken. Je moet vanalles uit je hoofd leren en inoefenen, of je het nu interessant vindt of niet. In gewone omstandigheden is het niet altijd gemakkelijk, maar soms word je nog extra uitgedaagd!

Soms heeft dat rechtstreeks met jezelf te maken, soms meer met je omgeving. En dan hebben we het nog niet eens over alle mogelijke lees- en schrijfstoornissen. Ook hyperactiviteit en aandachtsstoornissen maken het er niet eenvoudiger op. Als deze stoornissen kunnen heel nare gevolgen hebben, zeker als jijzelf en je omgeving niet weten dat je zoiets hebt.

Waar hebben we het precies over? Een overzichtje

  • Dysgrafie: Als je dysgrafisch bent, heb je erg veel moeite met het reproduceren van letters en grafische tekens en dus met schrijven.
  • Dyscalculie: Deze aandoening geeft problemen bij het rekenen. Je kunt dan niet of heel moeilijk rekenkundige bewerkingen uitvoeren (optellen, aftrekken enzovoort) en je kunt cijfers niet (goed) gebruiken (je hoort bijvoorbeeld vierhonderd drieënnegentig en je schrijft: 400390).
  • Dyslexie: Heb je dyslexie, dan heb je problemen met lezen en schrijven. Dit kan zich op vele manieren uiten: van een heel lichte, haast probleemloze vorm tot zeer ernstig. Dyslexie kan ook het gevolg zijn van een traumatisme (letsel door een ongeval bijvoorbeeld).
  • Dysorthografie: Deze term duidt op de orthografische fouten die je maakt als je dyslexie hebt (orthografie is spelling). Als je dyslectisch bent, maak je zulke fouten niet omdat je de regels niet correct toepast, maar omdat je de zin niet als een samenhangend geheel kunt zien.
  • Dysfasie: Dit is een taalprobleem. Je bent niet in staat woorden en zinnen te vormen door een slechte articulatie en doordat je verschillende klanken niet goed van elkaar kunt onderscheiden.
  • Aandachtsstoornis, met of zonder hyperactiviteit (ADHD): Dit is een neurologische aandoening. Als je hier last van hebt, betekent dit dat je vermogen om je aandacht ergens bij te houden en je impulsiviteit in te tomen, niet past bij je leeftijd en ontwikkeling.

Wat zijn de gevolgen?
Heel wat kinderen hebben een of andere aandoening die hen het studeren moeilijk maakt: een gezichts- of gehoorstoornis, een taalprobleem, een slechte ruimtelijke oriëntatie … Hoe groot de problemen zijn, hangt af van de ernst van de stoornis, van de leerling zelf en van de reacties uit de omgeving. Maar één ding is zeker: in je eentje red je het niet.

Bij de meeste kinderen komt dyslexie, hyperactiviteit enzovoort pas duidelijk tot uiting aan het begin van zijn of haar schoolloopbaan. Vóór die tijd is zo’n aandoening erg moeilijk op te sporen. Wordt het pas veel later ontdekt, dan is het natuurlijk moeilijker om er iets aan te doen. Maar het is nooit te laat om het kind zoveel mogelijk te helpen en te ondersteunen!

Ik ben wel dys- maar lang niet mis!
Wanneer je last hebt van dyslexie, dysorthografie, dyscalculie, dysgrafie of dysfasie, ben je niet lui en is er niets mis met je doorzettingsvermogen (wat anderen soms wél denken). Integendeel, je moet vaak zelfs veel meer moeite doen dan de anderen om hetzelfde te bereiken. En wanneer je verschillende aandoeningen tegelijk hebt, wordt het natuurlijk nog ingewikkelder. Als zo’n ‘dys’-aandoening niet ontdekt en/of behandeld wordt, is de kans groot dat je afhaakt op school en je dus helemaal niet leert lezen of schrijven. Helaas is het niet zo simpel voor leerkrachten en ouders om te achterhalen waarom je problemen hebt op school. Is bijvoorbeeld dyslexie de oorzaak, of is er iets anders aan de hand? Veel mensen weten zelfs niet dat er zoiets als dyslexie bestaat …

Daardoor is je zelfvertrouwen vaak niet zo groot en ben je misschien bang van wat anderen van je denken. Daarom is het enorm belangrijk dat iedereen – ouders, leerkrachten, medeleerlingen, vriend(inn)en … – hier duidelijke informatie over krijgt. Dat kan al heel wat leed en misverstanden voorkomen!

Help! Ik ben hyperactief!
Wanneer je hyperactief bent, maar er is geen diagnose gesteld (dus niemand weet het), dan is het een echte nachtmerrie: voor jezelf én voor anderen. Al ben je de enige hyperactieve leerling in de klas, je kunt de hele boel op stelten zetten. Je blijft niet op je plaats zitten, je rent in het wilde weg rond, je stoort je medeleerlingen constant … En als niemand weet waarom je zo doet (en dat je er niets aan kunt doen), dan is de kans groot dat niemand iets van je wil weten. Ze zullen je waarschijnlijk een lastige leerling of een vervelende medeleerling vinden.

Met intelligentie of vaardigheden heeft dit niets te maken, een aantal hyperactieve kinderen heeft zelfs een IQ dat boven het gemiddelde ligt. Als je zo bent, hoe kun je je dan in vredesnaam concentreren op school? Hoe kun je dan leren, studeren, vrienden maken? En later, hoe kun je een stabiele relatie opbouwen, een gezin stichten, een vaste job vinden? Dat is niet zo vanzelfsprekend! In extreme situaties leidt dit soms tot misdadig gedrag, verslaving en af en toe zelfs tot zelfmoord.

Het is dus heel erg belangrijk dat deze aandoening zo vroeg mogelijk wordt ontdekt, zodat je in behandeling kunt. Want daar bestaan (gelukkig) behandelingen voor en in ernstige gevallen worden er ook medicijnen voorgeschreven. Maar het is al een hele steun als je geholpen wordt bij de organisatie van je dagelijkse bezigheden en als iedereen weet wat er aan de hand is, zodat ze ‘gepast’ op je gedrag kunnen reageren.

Oeps, ik ben er weer niet bij!
Een concentratiestoornis (zonder hyperactiviteit) is veel moeilijker op te sporen. Toch kan dit eveneens dramatische gevolgen hebben, door de concentratie- en geheugenproblemen. Ook deze aandoening staat helemaal los van intelligentie of bepaalde talenten.

Samenwerken is de boodschap
Wát het probleem ook is, samenwerking is altijd de basis voor een goede oplossing: samenwerking tussen leerkrachten, ouders, kinderartsen, kinderen. Het belangrijkste is dat je vooruitkomt, ook al gaat je weg niet volgens het boekje. De eerste stap is een goede communicatie. De leerkrachten moeten weten en begrijpen wat jouw probleem precies is, zodat ze er rekening mee kunnen houden. Dus je zegt gewoon: ‘lk heb last van dyslexie, dyscalculie … Ik kan er dus echt niets aan doen als mijn opstel of opgave vol fouten staat. lk heb echt mijn uiterste best gedaan.’

De tweede stap bestaat uit het zoeken naar een passende behandeling: een aangepaste methode, extra hulpmiddelen om het je gemakkelijker te maken. Als je hyperactief bent, is het goed dat alle leerlingen apart aan een tafeltje zitten, dat er regelmatig rustpauzes zijn … Je moet ook leren je te organiseren, je een geschikte werkmethode eigen te maken, bijvoorbeeld elke dag een beetje leren in plaats van in één keer een heleboel. Heb je een ‘dys’-aandoening, dan kan een computer wonderen doen. Je let dan namelijk veel beter op het woordbeeld en het is gemakkelijker te vergelijken met de tekst in je boek. Bovendien kun je voor je huiswerk gebruik maken van een spellingcorrector, als je leerkracht het goed vindt dat je dat op de computer maakt tenminste. Je bent beter af met getypte notities dan met zelfgeschreven notities. Hardop voorlezen kun je beter vermijden. Mondelinge examens zijn dan weer ideaal.

Kortom, met een aangepaste behandeling, een hoop goede wil, wederzijds begrip en een goede communicatie kunnen heel wat problemen uit de wereld worden geholpen. En als de aandoening vroeg genoeg wordt ontdekt, kan er heel wat ellende worden voorkomen.

Dyslexie … een troef?
Dyslectische mensen denken in beelden. Omdat een beeld duizend keer meer zegt dan een woord of een zin, vinden zij het erg moeilijk die beelden om te zetten in woorden. Gevolgen? Lees- en schrijfproblemen, inderdaad, maar ook een zeer groot inlevingsvermogen. Dyslexie heeft zeker niet alleen nadelen! Het vermogen van dyslectici om abstracte zaken zeer levendig en in beelden voor te stellen, kan een groot voordeel zijn. In de VS bijvoorbeeld, zijn dyslectische architecten erg gewild, omdat ze zich perfect een beeld kunnen vormen van hoe iets er zal uitzien. Dyslexie als troef … Agatha Christie, Albert Einstein, Auguste Rodin, Leonardo da Vinci, Edison en Andersen waren ook dyslectisch! Dat zegt wel genoeg, zeker?