Soorten vragen

Tips bij het lezen van opdrachten

  • Lees de opdracht tweemaal.
  • Kijk of je een of meerdere dingen moet doen.
  • Lees de opdracht eerst volledig en dan in kleine stukjes.
  • Let op kleine woordjes zoals ‘niet’, ‘twee’, ‘of’, ‘en’,…
  • Probeer al een beeld te vormen van wat gevraagd wordt.
  • Zet op een kladblad of in de kantlijn al een woord, een getal of een formule die je zeker nodig zult hebben.
  • Markeer het werkwoord dat de instructie weergeeft.
  • Duid belangrijke kernwoorden aan.
  • Ga een woord opzoeken dat je niet begrijpt.
  • Kijk goed of je in de opdracht misschien een aanwijzing vindt die je kan helpen bij het begrijpen wat je moet doen.

Er zijn verschillende soorten vragen. De soorten vragen herkennen, kan je al een heel stuk helpen in het goed leren beantwoorden van die vragen!

De kennisvragen
Die beginnen meestal met vraagwoordjes: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe?
Deze vragen peilen naar details en het antwoord is meestal kort.

Wat?  -> een definitie/een begrip
Wie?  -> een persoon/personen
Waar?  -> een plaats(naam)/locatie
Wanneer?  -> een datum/jaartal/periode
Waarom?  -> een reden (… omdat …)
Hoeveel?  -> een aantal
Hoe?  -> een werkwijze/proces

De inzichtsvragen
Met deze vragen gaan leerkrachten na of je de leerstof ook echt begrijpt. Ze starten meestal met een instructie.

– Vergelijk …
– Som …. op.
– Leg uit …
– Verklaar …
– Geef het verband tussen …
– Bespreek …
– Geef voorbeelden van …
– Vul in …
– Vul aan …
– Omcirkel het foute/juiste …
– Schrap wat niet past.
– ..